Sung Zang op de Landelijke Technische Cursus

Op 16 mei was de eerste van de twee Landelijke Technische Cursussen (LTC) van 2026. Deze trainingsdagen voor rode en zwarte banders worden georganiseerd door ITF Nederland en gegeven door de Commissie Techniek en Opleiding (CTO). Het volgen van ten minste één LTC is verplicht voor het zwarte band examen en meer voor hogere graden. Sahyun Martijn is één van de leden van de CTO.

Deze LTC waren er ruim honderd deelnemers, waaronder vijf Sung Zangers: sabum Sandra, boosabums Liam, Harmen, en Margarida en sahyun Martijn.

Aftrap van de dag

Saseong Willy van de Mortel (de technisch directeur en hoofd van de CTO) was verhinderd, waardoor sahyun Martijn het openingswoord en de uitleg over de dag deed.

Elke LTC worden de drie hoogste tul per graad onderwezen. Daarnaast zijn er twee warming-ups (vaak best pittig) en twee specialistische blokken. Sahyun Jack de Smit gaf een – inderdaad pittige – warming-up, gericht op het activeren van de verschillende spieren die je bij tul en techniek gebruikt. Krachttraining kan heel nuttig zijn!

Vervolgens werd het eerste tul-onderdeel (zo’n 40 minuten) gegeven door de verschillende CTO-ers en gaf sabum Claudia Martowirono les over het ‘aansturen van de wapens’, met andere woorden: hoe krijg je je lichaamswapen (vuist, meshand, voet etc.) op de juiste manier en met zo veel mogelijk kracht op zijn doel. De theorie werd afgewisseld met leuke oefeningen om de juiste techniek en de precisie goed te trainen.

Achtergronden bij de tul

Na de pauze en de tweede warming-up (door sahyun Ron van der Lee) werd opgevolgd door een tweede onderdeel tul, waarna sahyun Martijn vertelde over de Imjin Oorlog (1592 tot 1598) van Japan in Korea, dat toen Joseon heette. Drie van de tul zijn met deze oorlog verbonden: Choong-Moo (9e), Choong-Jang (14e) en So-San (22e).

Deze oorlog was een poging van de Taiko (de Japanse militaire regent) Toyotomi Hideyoshi om China te veroveren en daarmee de keizer van de hele bekende wereld te worden. Korea lag tussen Japan en China in en leek een verstandige route om naar Beijing te komen.

Aanvankelijk ging de campgane van de Japanners voorspoedig: havenstad Busan werd makkelijk veroverd, verschillende Koreaanse vloten brachten zichzelf tot zinken en de samoerailegers stootten door naar Seoul, waardoor de Koreaanse koning moest vluchten, eerst naar Pyongyang – dat vervolgens ook veroverd werd door de Japanners – en toen naar de Chinese grens.

De kansen begonnen pas een beetje te keren toen admiraal Yi Sun-sin (bij ons beter bekend als Choong-Moo) terug begon te slaan met zijn kleine, maar goed uitgeruste vloot. Hij had de beschikking over kanonnen en een aantal van zijn schepen waren gepantserd: de beroemde Kobukson. De Japanse schepen konden daar weinig tegen uitrichten en Choong-Moo wist er vele tot zinken te brengen.

Op land begonnen de Koreanen zich ook beter te weren, onder andere door de volkslegers, zoals die van Choong-Jang (een vooral legendarische generaal, waarvan werd gezegd dat hij tijgers op de vijand afstuurde en andere bijna magische prestaties), de Boeddhistische krijgsmonniken van So-San (de Boeddhisten waren een achtergestelde groep en de monniken grepen deze oorlog aan om te laten zien dat ze van groot belang konden zijn voor de koning) én een Chinees leger, onder leiding van generaal Li Rusong. De Japanners wilden China veroveren, maar strandden door al die tegenkrachten in Pyonyang (na wel Seoel verwoest te hebben en de kroonprins van Joseon gevangen genomen te hebben).

China had grote eigen problemen, maar stuurde wel een leger en samen met de Koreanen wisten ze de Japanners terug te slaan naar het zuiden. In 1597 volgde nog een tweede invasie, die veel schade aanrichtte, maar daarna trokken de Japanners zich terug in hun forten aan de kust. De Taiko, Toyotomi Hideyoshi, overleed en dat haalde de laatste puf uit de invasie. Choong-Moo en de Chinese en Koreaanse landtroepen vielen de forten aan en uiteindelijk trokken de Japanners zich terug. Choong-Moo raakte bij de laatste zeeslag dodelijk gewond, maar liet een ondergeschikte zijn pantser dragen, zodat iedereen – ook de Japanners – dacht dat de angstaanjagende admiraal nog aan het roer stond. In 1598 waren de Japanners verdreven uit Korea en pas drie eeuwen later wisten ze alsnog Korea in te lijven.

Sahyun Martijn heeft zich voor deze achtergronden gebaseerd op veel online onderzoek en op verschillende boeken (zowel over Taekwon-Do als ‘normale’ geschiedenisboeken). Aanrader voor wie meer wil weten: The Imjin War van Samuel Hawley.

Een goed geschreven en levendig verbeeld boek, met veel details over de aanloop, het verloop en de gevolgen van deze oorlog.

Spellen bij de achtergronden

Tijdens de LTC hebben we twee van de vier spellen die sahyun Martijn bij de Imjin oorlog heeft bedacht gespeeld, namelijk: De samoeraivloot landt bij Busan en Choong-Moo slaat terug.

De eerste is bedoeld om te laten zien hoe een zwaar bewapend, door burgeroorlog gehard samoeraileger zich verhoudt tot de Koreaanse verdedigers van havenstad Busan. Om dat uit te beelden werden de Koreanen gespeeld door de rode banders en bestond de overmacht van de Japanners uit alle aanwezige zwarte banders. De regels waren als volgt:

  • Overmacht voor Japan: zwarte banders (65) vs rode banders (35).
  • Japan mag kussens gooien (schoten van hun haakbus-geweren) en noedels gebruiken (katana-zwaarden), Korea mag afweren met kussens, maar niet bewegen (fortificaties).
  • Iedereen mag tikken met noedel of hand. Geraakt door hand, noedel of kussen? Op de grond liggen voor de fortificaties.
  • Wie het eerst de andere groep uitgeschakeld heeft, wint.

Sabum Sjef van Stratum wierp zich op als organisator van de Japanse aanval en de zwarte banders gaven een indrukwekkend staaltje intimidatie af met het ritmisch op de grond slaan van hun noedels voor de aanval ingezet werd… Na twintig seconden was de Koreaanse vesting geslecht…

In het tweede spel vormden de deelnemers schepen door elkaars band vast te pakken. In het midden stonden de kapiteins. Manoeuvreren en aanvallen was een mooie puzzel om uit te zoeken. De regels:

  • Twee gelijke groepen, Korea band normaal, Japan bandknoop op de rug
  • Japan: schepen van 3 tot 7 personen met 1 tot 3 personen in het midden met noedel
  • Korea: schepen van 5 personen, elk met kussen, 1 of 2 personen in het midden die met kussens mogen gooien en twee personen die kussens komen brengen (kanonnen op de kobukson)
  • Schepen zinken als alle buitenste personen getikt zijn (met hand, noedel of kussen)
  • Iemand afgetikt: naar andere partij, nieuw schip vormen

Het was een grote chaos, wat precies past bij het onderwerp: oorlog. Alleen in deze spelvorm was het leuk en spannend en inspirerend.

De bedoeling van dit soort spellen is dat de deelnemers door het uitspelen van een situatie een geheugensteuntje krijgen bij de soms best wel abstracte en moeilijk te onthouden achtergronden van de tul. En het is natuurlijk ook erg leuk om elkaar met noedels en kussens af te rossen in het kader van Taekwon-Do!

Afsluiting van de dag

De laatste ronde trainingen ging weer over tul: de derde en hoogste per graad. Daarna werd er afgesloten met afgroeten, een groepsfoto en nog even napraten met al die leuke trainingsmaatjes. Het was weer een geslaagde dag, met veel kennisoverdracht, plezier en waarschijnlijk spierpijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.